Kennissessie Omgevingswet: omgevingsvisie en het programma uitgelegd

Tijdens de vijfde kennissessie van Delteau’s curriculum stonden de omgevingsvisie en het programma centraal. Beide instrumenten zijn verankerd in de Omgevingswet, maar vervullen een andere rol. Omgevingsmanager Eline Blom en projectmanager Robert Mulders namen hun collega’s mee in de werking, verschillen en praktische toepassing van deze instrumenten.

Omgevingsvisie vs. Programma

De Omgevingswet bundelt wetgeving voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Binnen dit stelsel spelen de omgevingsvisie en het programma elk een eigen, essentiële rol. De sessie begon dan ook met de vragen: wat is precies het verschil? En wanneer zet je welk instrument in?

De omgevingsvisie: strategisch kompas voor de toekomst

De omgevingsvisie, vastgelegd in Hoofdstuk 3 van de Omgevingswet, is verplicht voor gemeenten, provincies en het Rijk. Het is een integrale, strategische, langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving.

Kenmerken van de omgevingsvisie:

  • Integraal en breed. De visie kijkt naar alle aspecten van de leefomgeving, van klimaatadaptatie en biodiversiteit tot woningbouw en mobiliteit.
  • Strategisch en richtinggevend. Het gaat om ambities en doelen, niet om concrete maatregelen.
  • Niet juridisch bindend voor burgers. De omgevingsvisie bindt wel het bestuursorgaan zelf aan de geformuleerde ambities, maar creëert geen directe rechten of plichten voor inwoners of bedrijven.
  • Participatief tot stand gekomen. Inwoners, belangenorganisaties en andere stakeholders worden betrokken bij de totstandkoming.

Een voorbeeld dat Eline in de sessie noemt: “een gemeente formuleert in haar gemeentelijke omgevingsvisie (GOVI) de ambitie om in 2040 klimaatneutraal en waterrobuust te zijn, met voldoende groen in de stad en ruimte voor 5.000 nieuwe woningen. De visie schetst wat de gemeente wil bereiken en waarom, maar niet precies hoe.”

Het programma: van ambitie naar actie

Waar de visie richting geeft, vertaalt het programma ambities naar concrete acties. Een programma beschrijft maatregelen, verantwoordelijkheden en planning.

Kenmerken van het programma:

  • Concreet en uitvoeringsgericht. Bevat concrete maatregelen, acties, verantwoordelijkheden en een planning.
  • Verplicht of vrijwillig. Sommige programma’s zijn wettelijk verplicht (bijvoorbeeld bij overschrijding van omgevingswaarden). Daarnaast zijn er programma’s met een programmatische aanpak, vrijwillige programma’s en onverplichte programma’s. Dit zijn facultatieve programma’s waarover de Omgevingswet regels stelt. Onverplichte programma’s zijn net als vrijwillige programma’s facultatief.
  • Kortere tijdshorizon. Programma’s zijn operationeel en richten zich vaak op een periode van enkele jaren.
  • Meetbare resultaten. Programma’s bevatten indicatoren om voortgang te monitoren.

Robert illustreert dat een gemeente een programma voor klimaatadaptatie kan opstellen met concrete maatregelen zoals het aanleggen van wadi’s in een woonwijk, het vergroenen van schoolpleinen, subsidies voor groene daken en het aanpassen van de riolering in kwetsbare gebieden. Allemaal met een duidelijke planning en begroting.

Het verschil in één oogopslag

Tijdens de sessie werd het verschil helder gemaakt aan de hand van een vergelijkingstabel:

Aspect Omgevingsvisie Programma
Doel Lange termijn richting, ambities en strategische keuzes voor de fysieke leefomgeving. Concreet plan om doelen te bereiken, met maatregelen, acties en middelen.
Tijdshorizon Strategisch, vaak 10–20 jaar vooruit. Operationeel/kortere termijn (uitvoering van visie of beleid).
Juridische status Verplicht instrument, maar niet direct juridisch bindend voor burgers. Niet altijd verplicht, kan juridisch verplichtend zijn (afhankelijk van inhoud).
Inhoud Integraal, breed, gaat over “wat we willen bereiken”. Specifiek, uitvoeringsgericht, gaat over “hoe we dat doen”.
Voorbeeld “In 2040 energie-neutrale gemeente met gezonde leefomgeving.” “Programma Energietransitie: concrete maatregelen zoals subsidies, wijkgerichte aanpak, monitoring.”

De programmatische aanpak

Een interessant onderdeel van de sessie was de bespreking van de programmatische aanpak: een specifieke vorm van het programma. Deze aanpak wordt ingezet wanneer de gebruiksruimte van de fysieke leefomgeving onder druk staat, bijvoorbeeld bij stikstofproblematiek of waterkwaliteit.

In een programmatische aanpak worden twee zaken gecombineerd:

  • Het nemen van maatregelen om de omgevingskwaliteit te verbeteren (bijvoorbeeld natuurherstel of emissiereductie).
  • Het verlenen van vergunningen voor nieuwe ontwikkelingen.

Van theorie naar praktijk

De kracht van de kennissessie zat in de vertaling naar de praktijk. Eline had concrete cases voorbereid waarmee deelnemers konden oefenen met het herkennen en toepassen van beide instrumenten. Vragen die aan bod kwamen:

  • Hoe verhouden de omgevingsvisie en het programma zich tot andere instrumenten zoals het omgevingsplan?
  • Wanneer is een programma verplicht en wanneer is deze facultatief?
  • Hoe zorg je voor samenhang tussen visie en uitvoering?
  • Welke rol speelt participatie bij beide instrumenten?

Door de interactieve werkvorm, een digitale puzzeltocht werden abstracte wettelijke kaders concreet. De nadruk lag niet op juridische details, maar op strategische keuzes in complexe ruimtelijke opgaven.

Kennis delen, samen ontwikkelen

De Omgevingswet vraagt een integrale, participatieve en toekomstgerichte werkwijze. De omgevingsvisie en het programma zijn daarin onmisbare instrumenten. Wie deze goed inzet, kan effectiever bijdragen aan maatschappelijke en ruimtelijke transities.

Delteau organiseert zes keer per jaar een kennissessie als onderdeel van een doorlopend curriculum. Deze bijeenkomsten versterken Delteau’s rol als kennisorganisatie: actuele kennis blijft noodzakelijk in een continu veranderende wet- en regelgeving.

Meer weten?

Wil je meer weten over hoe Delteau de Omgevingswet toepast in projecten?