Kennissessie Omgevingswet: de uitvoerende instrumenten van de Omgevingswet

Na de kennissessie over de omgevingsvisie en het programma was het tijd voor de volgende stap. Tijdens de zesde kennissessie van Delteau’s curriculum doken omgevingsmanager Marco Hansma en omgevingsmanager Roos van Rongen in de vier uitvoerende kerninstrumenten van de Omgevingswet: algemene rijksregels, decentrale regels, de omgevingsvergunning en het projectbesluit. Want een mooie visie is één ding, maar hoe verbind je die met de juridische instrumenten die projecten mogelijk maken?

Kennissessie Omgevingswet: de uitvoerende instrumenten van de Omgevingswet

Van beleid naar regelgeving

Waar de vorige sessie draaide om niet-bindende instrumenten, lag de focus nu op juridisch bindende regels. Neem bijvoorbeeld het omgevingsplan, de opvolger van het bestemmingsplan en deze vormt de kern van de lokale regelgeving. Eén plan voor het hele gemeentelijke grondgebied, waarin alle regels over de fysieke leefomgeving samenkomen.

Algemene rijksregels: het fundament van het stelsel

De Omgevingswet werkt met algemene rijksregels die zijn vastgelegd in vier belangrijke besluiten. Deze regels vormen de basis voor het hele stelsel en bevatten normen voor de kwaliteit van de leefomgeving die het Rijk stelt. Deze rijksregels werken door in alle decentrale plannen: gemeenten, provincies en waterschappen moeten hier rekening mee houden bij het opstellen van hun eigen regelgeving. Denk aan:

  • het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor milieubelastende activiteiten;
  • het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor bouwen;
  • het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) met instructieregels voor decentrale overheden;
  • het Omgevingsbesluit met algemene regels voor de fysieke leefomgeving.

Decentrale regels: lokaal maatwerk

Daarnaast zijn er decentrale regels: het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Hierin staan de regels die direct van toepassing zijn op burgers en bedrijven. Decentrale overheden mogen niet afwijken van rijksregels, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Het primaat ligt bij de gemeente, maar provincie en Rijk kunnen sturen via instructieregels.

Het omgevingsplan: van bestemmingsplan naar integrale regeling

Een belangrijk onderdeel van de sessie was het omgevingsplan zelf. Gemeenten bevinden zich tot eind 2031 in een overgangsfase waarin oude bestemmingsplannen worden omgevormd tot één integraal omgevingsplan. Ook de zogenaamde ‘bruidsschat’ speelt hierin een actuele rol: regels over lokale onderwerpen zoals geluid en geur bij horeca die voorheen door het Rijk werden gesteld, worden nu door gemeenten zelf ingevuld.

Een groot verschil tussen het oude bestemmingsplan en het nieuwe omgevingsplan is het omdraaien van het oude nee, tenzij-principe naar ja, mits. In plaats van alles te verbieden en uitzonderingen toe te staan, is het nieuwe uitgangspunt dat activiteiten zijn toegestaan, mits ze voldoen aan bepaalde voorwaarden. Die omslag vraagt om een andere manier van denken.

Omgevingsvergunning en projectbesluit: twee routes naar realisatie

Wanneer een initiatief niet past binnen het omgevingsplan, zijn er verschillende routes. De omgevingsvergunning kent twee procedures: regulier (8 weken) en uitgebreid (26 weken). De uitgebreide procedure is bedoeld voor complexere projecten zoals monumenten of zware milieuprojecten, waarbij zienswijzen vooraf worden ingediend.

Het projectbesluit is een nieuw instrument dat het tracébesluit, inpassingsplan en projectplan vervangt. Alleen provincies, waterschappen en het Rijk kunnen hiermee grootschalige projecten van publiek belang mogelijk maken, zoals de aanleg van een snelweg of versterking van een waterkering. Gemeenten kunnen de projectprocedure wél volgen voor gemeentelijke projecten van publiek belang.

Casus: theorie in de praktijk

De kracht van de sessie zat in de praktijkcasus: het verleggen van een stamriool in het centrum van een grote stad. Een complex vraagstuk met een strakke deadline (1 januari 2030), een belemmeringenstrook op het huidige tracé, en de vraag hoe je dit planologisch het slimst aanpakt. In groepjes werkten deelnemers aan de oplossing: past het binnen het omgevingsplan? Is een omgevingsvergunning voldoende? Of moet het omgevingsplan eerst worden gewijzigd?

Door deze hands-on benadering werden abstracte wettelijke kaders ineens concreet. De discussie ging niet over juridische details, maar over strategische keuzes in een realistische situatie die veel collega’s herkennen uit hun eigen werk.

Kennis die werkt

De Omgevingswet vraagt om professionals die niet alleen de theorie kennen, maar ook weten hoe ze instrumenten slim inzetten. Deze sessie liet zien hoe algemene rijksregels, decentrale regels, omgevingsvergunningen en projectbesluiten samenwerken om van ambities concrete projecten te maken.

Delteau organiseert deze kennissessies zes keer per jaar, omdat actuele kennis essentieel is in een continu veranderende wet- en regelgeving.

Meer weten?

Wil je meer weten over hoe Delteau de Omgevingswet toepast in projecten?